Mededelingen

 30 maart 1938 - IN MEMORIAM HAN BOSCH - 27 november 2011

[De onderstaande tekst werd uitgesproken door voorzitter Ton Hogenes tijdens de afscheidsplechtigheid op maandag 12 december 2011  in crematorium De Nieuwe Ooster te Amsterdam]

Han Bosch was een Wagneriaan in hart en nieren en lid van het Wagnergenootschap Nederland van het eerste uur. Weliswaar behoorde hij niet tot het kleine groepje oprichters dat op 2 juni 1961 in het Americain Hotel in Amsterdam bij elkaar kwam maar hij was een van de allereersten die zich vervolgens als lid aanmeldden.
In de ban van Wagner was hij eigenlijk al vanaf 1953 toen hij – 15 jaar oud! - in de zomer in Bayreuth een Lohengrin meemaakte in de regie van Wieland Wagner. En die passie is nooit meer overgegaan.
Daarbij speelde ook zijn ontmoeting met Fred Lingen een rol. Ze ontmoetten elkaar in 1955 in de trein waarmee Fred terugkwam uit Bayreuth en Han van een zomerkamp van de verkenners waarvan hij toen deel uitmaakte. Er was in de treincoupé nog maar één plaats open naast Fred, die bezig was in Bayreuth gemaakte foto’s te bekijken. Han – in zijn korte padvindersbroek - vroeg of hij mee mocht kijken, dat mocht en zo kwamen ze in gesprek en daaruit ontstond de hechte en warme vriendschap tussen hen beiden die voortduurde tot het einde. Het einde dat nu gekomen is, in ieder geval voor wat betreft de tweezijdigheid van hun relatie.
Het is wrang en bizar dat Han aan zijn noodlottig eind kwam aan het begin van de zondag nu ruim 14 dagen geleden, waarop hij met Fred Lingen en Harry Gribnau had afgesproken naar Düsseldorf te reizen om daar naar werk van Richard Wagner te gaan luisteren.

Han maakte zich als fervent operaliefhebber regelmatig druk, en eigenlijk gebeurde dat steeds vaker, over wat hij zag als vreselijke mis-producties van het werk van componisten – want het ging hem daarbij niet alleen om Wagners werken. Hij was van mening dat de regisseur zich in beginsel dienend dient op te stellen ten aanzien van de intenties en aanwijzingen van de componist; in ieder geval mag het nooit zó zijn dat de regisseur die bedoelingen geweld aandoet, om niet te zeggen verkracht. Dat was een van zijn uitgangspunten en daar hield hij aan vast ook al werd de tegenwind nu en dan heftig. Hij laakte met veel flux de bouche het eigenaardige en veel gepropageerde idee dat als iets maar eigentijds is, de mensen dan vanzelf wel komen. “Wat nou eigentijds”, mopperde hij dan, “de mensen zitten de hele dag al in hun eigen tijd, in de opera willen ze juist eens wat anders!”
Het gaf aanleiding tot veel discussies. Maar hij maakte zich geen illusies: “ach,” zei hij dan, “wat zouden ze zich ook aantrekken van het gemopper van een oude man als ik …”
Nu en dan heb ik met Han over dit soort zaken gesproken. De laatste keer was dat toen ik hem ergens in het begin van dit jaar interviewde voor ons blad Wagner after all.
 
Ach Han, dat is nu allemaal verleden tijd. Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij om met de dichter Bloem te spreken.
Han, zal je missen., ach ik mis je nu al.
Je applaudisseren in de filmzaal. En je gemopper, je markante gemopper …

Ik wens jouw twee dierbare vrienden Achille Bezoari en Fred Lingen de kracht toe dit verlies te kunnen dragen.